1. Wees persoonlijk

Je lezer is een mens. Schrijf daarom in mensentaal. Of beter nog, in spreektaal. Als in een gesprek. Want je schrijft om begrepen te worden. Niet om punten op stijl en grammatica te krijgen van je leraar Nederlands.

 

2. Leef je in

Beeld je de persoon in tot wie je spreekt. En neem dat gerust heel letterlijk. Als je tekst bedoeld is voor bankiers, neem dan je eigen contactpersoon bij de bank in gedachten en richt je tot hem of haar. Alsof hij of zij voor je zit.

 

3. Schrijf actief

Voorkom passieve formuleringen en zinsconstructies. Die zijn niet fout, maar ze maken je tekst zwaarder om lezen. De laatste zin uit het vorige item wordt dan: ‘Als je schrijft voor bankiers, denk dan aan je eigen bankier en richt je tot hem. Alsof hij voor je zit.’ Veel beter hè?

 

4. Anticipeer

Probeer je in te beelden wat je lezer denkt bij wat je schrijft. En oefen je daarop. Lees zijn gedachten en formuleer er antwoorden op. Op die manier trek je hem helemaal in je verhaal en blijft hij lezen tot je laatste letter.

 

5. Kom meteen terzake

Iedere lezer wil zo snel mogelijk weten what’s in it for him. Bewaar je USP dus niet voor de conclusie van je verhaal, maar zet het in de eerste regels. Bouw dan je argumentatie op en besluit nog eens met een samenvatting van wat jouw product of dienst je lezer te bieden heeft.

 

6. Schrap (en schrap dan nog eens)

Tekst kan altijd korter. Dat wil zeggen, tot alleen nog de essentie overblijft. Herlees je tekst daarom opnieuw en opnieuw. En schrap ieder overtollig woord. Tot je het gevoel hebt dat je niets meer kan weglaten zonder aan de inhoud te raken.

 

7. Het gaat niet over jou

Schrijf nooit over de kwaliteiten van je product of dienst op zich. Schrijf over wat die kwaliteiten betekenen voor je lezer. Heel direct, heel helder. Lyrische omschrijvingen zijn geschikt voor romans, niet voor gebruik in je showroom.

 

8. Hapklare stukken

Deel lange verhalen op in hapklare stukken. Gebruik tussentitels, quotes en andere hulpmiddeltjes om je lezer snel door je tekst te laten navigeren. En die hem de mogelijkheid geven om middenin in te pikken. Op een onderdeeltje van je tekst dat hem raakt.

 

9. Take a break

Klaar met je tekst? Leg hem dan een nachtje aan de kant. En breng morgen die verbeteringen aan die je vandaag niet meer ziet. En waarvan je je morgen afvraagt waarom je dat niet meteen zo geschreven hebt.

 

En nu?

Sluit je verhaal altijd af met een call-to-action. Zeg je lezer daarin klaar en duidelijk wat je van hem verwacht. Contact met je opnemen bijvoorbeeld. Of een offerte aanvragen, iets bestellen. Je lezer wil geleid worden, doe dat dan ook. Je zal er geen spijt van hebben.