1. Wees vrijgevig met ‘je’ of ‘u’
Mensen zijn alleen geïnteresseerd in zichzelf. Controleer of je tekst meer ‘je’ of
‘u’ bevat dan ‘ik’ of ‘wij’. Een goed gemiddelde? Drie keer meer.

 

2. Schrijf actief
Actieve zinnen maken je tekst… actiever. Liever: ‘Stuur dit formulier binnen de
week terug' dan ‘Dit formulier moet binnen de week teruggestuurd worden’

 

3. Beperk je regels tot 55 à 70 karakters
Korte regels zijn minder vermoeiend voor je ogen. Zeker op het scherm hou je
zinnen het best zo kort mogelijk, want daar lezen mensen trager dan op papier.

 

4. Durf te beginnen met een voegwoord
Voegwoorden vind je normaal tussen twee zinnen. Maar het is een goed idee om
je zin ermee te beginnen. ‘En, ‘Want’, 
‘Maar’ aan het begin van je zin doen je
lezer verder lezen.

 

5. Gebruik tussentitels
Mensen scannen een tekst. Met tussentitels neem je ze stap voor stap mee en
gun je je lezer een adempauze.

 

6. Zet tekst in het vet
Wat er visueel uitspringt, lezen mensen sneller. Maak daarom belangrijke
woorden of stukken van je zin vet. Overdrijf niet – maximum een halve regel per
alinea – of je krijgt het omgekeerde effect.

 

7. Werk aan je titel
Je titel is het eerste dat mensen lezen. Zorg dat die goesting geeft om verder
te lezen: stel een vraag, vertel iets nieuws, stop er je aanbod in. En onthou:
je titel verkoopt je tekst, je tekst verkoopt je product.