Met de toolbox Ik kies voor mijn talent leert Luk Dewulf je jouw eigen talent of dat van jouw kinderen of medewerkers te achterhalen. Doe zelf de test hieronder!

 

1. Het verschil tussen talent en competentie

Belangrijk is de definitie van een talent in actie. Deze geeft inzicht in het verschil tussen een talent en iets waarin je gewoon goed bent (een competentie). Een competentie beschrijft een gedrag zoals dat van jou wordt verwacht in een bepaalde context. Bijvoorbeeld: voor een volle zaal een muziekstuk op gitaar kunnen spelen.

Het is erg eenvoudig om na te gaan of een competentie (gedrag + context) ook een talent in actie is (talent + gedrag + context). Het volstaat om bij elke competentie waar je hoog op scoort twee vragen te stellen:

 

1. Gaat het vanzelf?

2. Haal je er energie en voldoening uit?

 

Is het antwoord op deze vragen positief, dan gaat het niet alleen om een competentie, maar ook om talent. Is het antwoord negatief, dan gaat het louter om een competentie. Dit onderscheid is erg belangrijk als je besluit om op eigen benen te gaan staan: maak geen keuzes op basis van competenties die geen talent zijn. Daar wordt niemand gelukkig van.

 

2. Talent is aangeboren, maar moet je wel zelf ontwikkelen

Het is niet omdat kinderen geboren worden met talent, dat ze daar ook iets mee doen. Talent kan je beschouwen als een potentieel om ergens heel succesvol in te zijn. Maar om dat potentieel in te zetten en zichtbaar te maken, is er iets nodig. Je moet een context of omgeving vinden die aansluit op jouw persoonlijke motivatie, waar je dat talent voor kan inzetten. Je zal ook een gedrag moeten ontwikkelen bij jouw talent, zodat het zichtbaar wordt in verschillende activiteiten.

 

3. Talent is een bron van energie

Talent kan je vergelijken met een hernieuwbare energiebron. Als je doet waar je goed in bent, laden je batterijen op. Dat zie je ook bij kinderen aan de energiestroom die ze hebben als ze met bepaalde activiteiten bezig zijn, of aan hun weerbaarheid als het wat moeilijker gaat. Als je echter doet waar je niet goed in bent, dan lopen je batterijen geleidelijk aan leeg.

 

4. Talent doet de tijd voorbijvliegen

Talent doet iets met jouw tijdsbesef. Er zijn twee perspectieven als het om tijd gaat. In het eerste perspectief is de tijd een heuse last: de tijd gaat te snel (je hebt stress) of net te traag (je verveelt jezelf). In beide gevallen ben je jezelf voortdurend bewust van de tijd. In het tweede perspectief is dat niet zo en loop je helemaal samen met de tijd.

 

Denk even terug aan jouw kindertijd, of kijk naar je eigen kinderen. De momenten waarop kinderen de tijd uit het oog verliezen en helemaal in de tijd zijn, gebruiken ze hun talenten. Ze spelen, knutselen, voetballen, … en vergeten daarbij het uur. Als ze doen waar ze goed in zijn, dan vliegt de tijd en gaan ze er helemaal in op. Pas nadien, als ze uit die activiteit (moeten) stappen, worden ze zich opnieuw bewust van de tijd: ‘Is het nu al etenstijd?’. De tijd is dus inderdaad voorbijgevlogen.