Lange teksten zijn out, zo lijkt het. Bedrijven zweren steeds vaker bij uitlegvideo’s of infografieken, en de immense populariteit van Instagram of Pinterest draagt ertoe bij dat informatie vandaag vooral gevisualiseerd wordt. Wil je de hoofden en harten van klanten of andere stakeholders veroveren, dan heb je er alle belang bij om jouw info visueel voor te stellen … óf om teksten te schrijven die jouw lezers heel snel kunnen scannen. Enkele tips.

 

1) Wit doet ademen

Hoe meer lettertjes er op een blad of op een scherm staan, hoe minder mensen geneigd zijn om ze te lezen. En hoe meer wit de lezer ziet, hoe welwillender hij is om dat net wel te doen. Las dus voldoende wit in tussen de alinea’s in een tekst, maar denk ook aan het wit in de randen. Wit geeft immers structuur aan uw tekst.

 

2) Hanteer de KRANT-aanpak

  • Koppen: trek de lezer de tekst binnen via sprekende kopregels, met een boven- of onderkop. Doorbreek monotone tekstblokken met tussenkoppen. Probeer jouw tekst waar mogelijk ook te doorspekken met margetitels of streamers. En vergeet niet: in al die koppen schuif je de meest essentiële informatie naar voren. Of de smeuïgste, of de meest spraakmakende.
  • Reliëf: zorg voor reliëf in jouw tekst door – met mate – te variëren in groot/klein, geschreefd/schreefloos, uitgevuld/alleen links uitgelijnd. Maak verschillen groot genoeg, maar zorg ook voor voldoende herkenningspunten en visuele verbanden tussen de verschillende elementen op een pagina. Je stopt zo meer rustpunten in de tekst, waarvoor de lezer jou dankbaar zal zijn.
  • Accenten: verlicht jouw tekst met de nodige blikvangers. Van bullets over pijltjes tot grote initiaalletters: het zijn allemaal accenten waarmee je de lezer in de tekst kunt trekken. Ook een kaderstuk, een tekstblok in kleur of een foto-onderschrift zorgen voor extra ingangen in de tekst.
  • Navigatiestructuur: maak de structuur van de tekst zichtbaar. Dit is niet enkel belangrijk op jouw website, maar ook om de lezer van jouw teksten op papier visueel houvast te geven.
  • Tekstblokjes: schrijf geen lange lappen, maar presenteer jouw tekst in korte, hapklare brokken. Een korte inleiding dient om de lezer op te warmen. Een kaderstuk biedt achtergrond, enkele aanvullingen, cijfers of praktische gegevens.

 

3) Schrijf in scanbare woorden en zinnen

Schrijven is praten, maar dan met een papier tussen de gesprekspartners. Als je schrijft zoals je spreekt, dan stop je meer menselijkheid, meer dialoogkracht en meer scanbaarheid in jouw tekst. Hij wordt vlotter leesbaar, menselijker en dus interessanter.

  • Kies voor spreektaalwoorden, woorden die korter, krachtiger en dus beter scanbaar zijn.
  • Mensen hebben belangstelling voor mensen. Stop meer mens in jouw verhaal en je krijgt meer aandacht.
  • Schrijf positief. 'Bel me gerust op' is vlotter te lezen en spreekt mensen meer aan dan 'Aarzel niet me te bellen'. Ga dus zoveel mogelijk op zoek naar positieve formuleringen en vermijd zo mogelijk zinnen met woorden als 'geen', 'niet', 'zonder', …
  • Maak korte zinnen. Staat je tekst vol komma’s, dan heb je wellicht te veel lange zinnen gebruikt. Probeer komma’s waar mogelijk te vervangen door een punt. Zo maak je van één lange zin twee korte zinnen. Scan de tekst ook op overbodige tussenwoorden, die je vaak kunt laten vallen: 'dus', 'dan ook', 'eigenlijk', …

Maak alinea’s scanbaarder met signaalwoorden, die de lezer signaleren welk soort tekst hem in die alinea te wachten staat.